Categorie archief: Persoonlijk

Do It Yourself

De laatste tijd kom ik wat minder toe aan het schrijven van blogs, omdat ik mezelf sinds een paar weken helemaal verlies in een nieuwe activiteit: haken. Dat klinkt suf, en dat is het ook wel een beetje, maar wat vínd ik het leuk. Nu ben ik op handwerkgebied geen natuurtalent – ik herinner me vooral de groezelige broddelwerkjes die ik op de lagere school moest breien van de handwerkjuf – maar met behulp van YouTube tutorials begint mijn haakwerk zowaar ergens op te lijken. Bovendien had ik een missie. Dat zit zo:

Huiswerkopdracht

Eind mei keek ik naar het tv-programma  Collegetour, waarin reclamemaker Diederick Koopal te gast was (bekend van prijswinnende reclames als ‘Biertje?’, met die foute skileraar en ‘Bedenk goed, wat je met je laatste Rolo doet’, met dat na-na-na-na-na treiterjoch en die olifant). Als creatief brein gaf Koopal zijn toehoorders een leuke huiswerkopdracht: bedenk nou eens een persoonlijk cadeautje voor een jarige, waar je hem of haar echt mee verrast. Het hoeft niet veel te kosten, bij voorkeur juist niet.

Eureka!

Onmiddellijk draaiden mijn hersenen op volle toeren. Van de eerstvolgende jarige had ik onthouden dat hij pannenkoekplanten zo leuk vond, dus dat was een goed uitgangspunt, zij het niet bijster origineel. Om het cadeau wat persoonlijker te maken, kocht ik bij de Action schoolbordverf, waarmee ik een gewone bloempot matzwart verfde, zodat ik er een toepasselijke tekst op kon krijten. Dat zag er al behoorlijk gelikt uit, maar ik miste nog iets. Daarop volgde mijn eurekamomentje: ik zou amigurumi gaan haken, kleine schattige beestjes, die al mijn toekomstige cadeautjes moeten opleuken.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik volgde haaktutorials, kocht boeken met haakpatronen, schafte haaknaalden- en garen aan, kralen, knoopjes, oogjes en meer. En ik begon te haken. Een kikker voor iemand die wel een opkikker kan gebruiken, een varkentje voor het feestvarken, een uiltje voor een afgestudeerde, een pechvogel voor… juist ja. De mogelijkheden zijn legio en ik krijg ook steeds weer leuke nieuwe ingevingen.

DIY

De pannenkoekenplantvriend nam zijn cadeau verrast in ontvangst, stak de loftrompet over de trendy zwarte bloempot met de handmade groene, gehaakte muis die op de rand van de pot balanceerde. De tekst in krijtletters: Piep, piep, hoera!

Mission accomplished. Inmiddels heeft ook een tweede zwarte bloempot met haakbeestje en tekst zijn weg naar een verraste jarige gevonden. Deze keer voorzien van een olijfboompje voor op het terras. Overigens zijn er op internet nog veel meer leuke DIY ideetjes te vinden met schoolbordverf.

Ik haakte de laatste weken al een klein voorraadje amigurumi bij elkaar en heb er voorlopig nog geen genoeg van. Want wat is het een prettige, mindful bezigheid: Heerlijk Helder Haken. Diederick Koopal had het kunnen bedenken 😁. ♥

Leve de camping!

Mijn hele leven kampeer ik al. De eerste foto’s dateren van zomer ’67 waar ik als huilende baby in een campingbedje gekiekt ben. ‘En je had zo’n pijn in het buikje’ schreef mijn moeder eronder, die in die tijd nog een passend bijschrift onder elke zorgvuldig ingeplakte foto bedacht. Tja, buikpijn op de camping; het was de eerste, maar zeker niet de laatste keer. Om nou te zeggen dat het deel uitmaakt van de charme van kamperen gaat misschien wat ver, maar toch horen de onvermijdelijke ontberingen er wel degelijk bij, juist omdat zij, eenmaal overwonnen, de mate van geluk en tevredenheid bepalen. Zelden heb ik me gelukkiger gevoeld dan de ochtend na een helse nacht met storm en regen in een niet 100 procent waterdichte tent. Wanneer je dan de volgende ochtend de schade opneemt, de losgerukte haringen opnieuw in de grond slaat, je slaapzak te drogen hangt om vervolgens voor je tentje met een mok koffie naar de opkomende zon te kijken, weet je: ik zou niet anders willen.

Levendig en aards

Nergens voel ik me zo levendig en aards als op de camping. Ook is het de plek waar ik de meeste sociale contacten heb gelegd. Met mijn wat introverte aard ben ik zeker geen allemansvriendje, maar op de camping lijken er andere mechanismen in werking te treden. Als kind maakte ik makkelijk vriendinnetjes op de camping en heb ik bijvoorbeeld jarenlang contact gehouden met mijn zogeheten penvriendin Stefanie. Ellenlange brieven schreven we elkaar in de jaren zeventig en tachtig. Ook voor romantische contacten was de camping de place to be. Mijn eerste kus kreeg ik op dertienjarige leeftijd van een Duitse jongen, die net als ik met zijn ouders op vakantie was en nog later volgden Italiaanse vakantievriendjes.

De camping verbroedert, grenzen en taalbarrières lijken weg te vallen, iedereen is er gelijk: wie ooit wel eens naast zijn buurman boven een Frans toilet heeft gehangen, slechts gescheiden door een formica wandje, weet wat ik bedoel. Pretenties zijn niet vol te houden wanneer je beiden met de spetters op je sandalen besmuikt uit je hokje stapt. En daar kan je dan maar beter de humor van inzien, zodat er veel te lachen valt op de camping, want er gebeurt altijd wel iets. Tegenwoordig ga ik met Man en caravan op pad, iets minder avontuurlijk misschien, maar het saamhorigheidsgevoel dat ik op de camping ervaar, verandert niet.

Verbindende Buurtcamping

Hulde daarom voor het initiatief van de Buurtcamping: in 2013 begonnen met één camping in één park, worden er dit jaar al 37 gerealiseerd op plekken in heel Nederland. De Buurtcamping heeft een prachtige missie en wil kamperen voor iedereen toegankelijk maken, omdat kamperen verbindt. De organisatie draait volledig op vrijwilligers. Extra sympathiek is dat eenderde van de kampeerders bestaat uit betalende buurtbewoners, eenderde uit buren die om financiële redenen niet op vakantie kunnen en eenderde uit buren die vrijwilligerswerk doen op de camping. Hoe mooi kan het leven zijn?

Warm aanbevolen: debuurtcamping.nl ♥

Sporten: een oefening in geduld

 

Een gezonde geest in een gezond lichaam, da’s een mooi streven. Dat dit niet altijd even makkelijk in praktijk te brengen is, bleek gisteren weer eens pijnlijk duidelijk. Om mijn lichamelijke conditie wat te verbeteren, ben ik sinds kort lid van een power walking club. Dit betekent twee à drie keer in de week in groepsverband gedurende een uur stevig doorlopen, met tussendoor een aantal spierversterkende oefeningen. Omdat het een natuurlijke manier van bewegen is, met weinig weerstand, is de kans op blessures nagenoeg nihil, zo beloofde de brochure.

Squats en armpje drukken

Nou ben ik als het op sporten aankomt geen natuurtalent. Ik was dan ook al lang blij dat ik het tempo redelijk bij kon houden en niet te ver achterop raakte bij de groep. De spieroefeningen bleken een ander verhaal. Hoewel ik dapper probeerde mee te doen met de squats, opdrukken, armpje drukken en dribbelen op de plaats, gaven mijn spieren met enige regelmaat waarschuwingssignalen dat ze hier niet van gediend waren. Maar omdat de aanhouder wint, besloot ik gewoon door te gaan met strekken en buigen en rekken en veren. Totdat.. Ja, totdat ik een scheurende pijn door mijn linkerkuit voelde trekken en ik geen stap meer kon verzetten. Daar stond ik dan met mijn goede gedrag.

 

Ik strompelde een stukje verder, maar kon op die manier de eindstreep niet halen. De trainster moest me het laatste stuk van de route met de auto vervoeren. Wat een afgang. De diagnose: een coup de fouet oftewel een zweepslag. Dit betekent een scheurtje in de kuitspier met een flinke zwelling tot gevolg. En pijn, veel pijn; het is me duidelijk waar die naam zweepslag vandaan komt. Niets ernstigs gelukkig, met rust geneest het vanzelf, maar wel heel onhandig. Nu hobbel ik dus op krukken door het huis en moet ik zo veel mogelijk met mijn geblesseerde been omhoog zitten. Afhankelijk van de ernst van de blessure kan dit zo’n twee tot acht weken duren. Twee tot acht weken!

Not my cup of tea

Nee, sporten zal wel nooit mijn ding worden, als ik het zelfs voor elkaar krijg om bij een low risk activiteit een blessure op te lopen. Voorlopig moet ik het een poosje rustig aan doen, zodat mijn gepijnigde soleus (scholspier) kan herstellen. Daarmee wordt het ook een oefening in geduld, een training van de mind, nu ik fysiek gemankeerd ben. Want het valt niet mee om letterlijk uit de running te zijn en slechts met de beentjes omhoog en een kopje thee op de bank te kunnen zitten.

Een gezonde geest in een gezond lichaam; ik blijf mijn best doen! ♥

 

Week Zonder Vlees

Van 11 t/m 17 maart is de tweede editie van de Nationale Week Zonder Vlees. De teller staat inmiddels op 56.481 mensen die zich hebben aangemeld, en deze week dus geen vlees op het menu zetten.  Volgens de organisatie resulteert dit in 43.490 kilo dierenvlees dat niet gegeten wordt, 7.342.530 liter water dat niet verbruikt wordt en 751.197 kilo CO2 die niet uitgestoten wordt. Dat zijn duizelingwekkende aantallen, die tot de verbeelding spreken.

Geflatteerde cijfers

Laat ik voorop stellen dat ik een dergelijk initiatief toejuich, omdat ik denk dat het een positieve ontwikkeling is dat steeds meer mensen bewust eten. Minder vlees en vis eten hoort daar voor mij als vanzelfsprekend bij. Maar de bovengenoemde cijfers van de besparing die dat op zou leveren, zijn volgens mij geflatteerd. Die deelnemers eten gedurende deze week natuurlijk niet niets en de productie van plantaardig voedsel leidt ook tot CO2-uitstoot en verbruik van water. Correcter zou zijn om de milieulasten van vegetarisch eten af te zetten tegen de milieulasten van een week vlees eten, zodat je de daadwerkelijke besparing in kaart brengt. Want dat het besparing oplevert, daarvan ben ik wel overtuigd.

Over stiertjes en haantjes

Een ander punt van overweging is meer praktisch van aard: als steeds meer mensen vegetarisch eten, wat heeft dat dan voor gevolg voor het consumeren van zuivel en eieren? Voor de productie van zuivel en eieren zijn immers respectievelijk koeien en hennen nodig. Wil een koe melk blijven geven, dan zal zij met enige regelmaat een kalfje moeten krijgen. De helft van die kalfjes betreft stiertjes. Wat moet er met die stiertjes gebeuren als zoveel mensen vegetariër zijn? Een vergelijkbaar probleem doet zich voor bij het pluimvee. Hennen zullen wel eieren blijven leggen, maar om een nieuwe generatie kippen te krijgen, moeten er eieren uitgebroed worden, waarbij de helft van de kuikens haan zal zijn. Kunnen we dus onze beker melk en ons eitje voortaan ook beter laten staan?

photo-1452967712862-0cca1839ff27

Overtuigd flexitariër

Nee hoor, dat hoeft zeker niet. De organisatie van de Nationale Week Zonder Vlees wil een flexitarisch eetpatroon promoten: hierin worden vlees en vis structureel afgewisseld met vegetarische of plantaardige gerechten. En laat dat nou net in mijn straatje passen; de gulden middenweg wat mij betreft. Als we met z’n allen een paar keer per week vegetarisch eten, wordt de milieudruk al aanzienlijk minder. Die variatie is goed voor mens, dier en moeder aarde en mede daarom ben ik overtuigd flexitariër. Want laat ik eerlijk zijn: het milieu is hartstikke belangrijk, maar daarnaast kan ik af en toe enorm genieten van een goed klaargemaakt, bij voorkeur biologisch stukje vlees. ♥

Over hoeradagen en jakkesdagen

Er zijn van die dagen waarop ik wakker word en denk: hoera! Er zijn ook dagen waarop ik wakker word en denk: jakkes. Meestal bevindt mijn gevoel zich bij het ontwaken ergens tussen deze twee uitersten, vaak wat dichter bij hoera dan bij jakkes. Vandaag bleek een uitgesproken jakkesdag. Ik merkte het gelijk toen ik wakker werd: een zwaar gevoel in mijn hoofd, sombere gedachten over de wereld en mezelf, en de behoefte om het dekbed over mijn hoofd te trekken en de hele dag in het donker te blijven liggen.

Gevoel van waardeloosheid

Toch maar zuchtend opgestaan en naar de badkamer gesloft voor een hopelijk verkwikkende douche. De warme waterstralen boden geen verlichting deze keer. Een mindful meditatie dan? Zittend op mijn kussen, in wat ik mijn zenkamer noem, probeerde ik mijn drukke geest te kalmeren door me op mijn ademhaling te concentreren. Het lukte niet. Steeds weer dwaalden mijn gedachten af naar de kleine en grote problemen in mijn leven. Een loodzwaar gevoel van waardeloosheid en mislukt zijn overviel me. Ik probeerde dat gevoel liefdevol toe te laten, omdat ik weet dat verzet hiertegen alleen maar tot meer weerstand en lijden leidt, maar het loste niet op.

Gedeprimeerd liep ik naar de keuken om ontbijt klaar te maken. De havermout was op en de melk bleek zuur te zijn. Er sprongen tranen in mijn ogen (normaal gesproken heb ik daar geen last van bij dit soort dingen, dus misschien moet ik wel ongesteld worden). Eerst maar eens de vaatwasser uitruimen. De glazen bakvorm van de quiche van gisteravond moest onderop een stapel andere schalen. Ik had geen zin om eerst de hele stapel uit het keukenkastje te halen en probeerde de quichevorm er zo onder te wrikken. Helaas kwam daarbij mijn middelvinger klem te zitten tussen de schalen en de bakvorm. Het deed echt zeer toen ik mijn vinger terugtrok, die donkerpaars aangelopen was. Nu liepen de tranen me echt over de wangen van pijn en frustratie.

Klein wonder

Kermend opende ik de koude kraan bij de gootsteen en hield mijn gekneusde vinger onder de straal. Terwijl ik daar stond te tieren en te jammeren, gleed mijn blik naar buiten, over de tuin die een kleurloze, troosteloze aanblik bood in het grauwe weer van vandaag. Toen gebeurde er een wondertje. Ineens zag ik midden tussen de terrastegels een piepklein, blauw viooltje zijn kopje oprichten. Het raakte me diep dat een zaadje kans had gezien om tussen de stenen wortel te schieten, en op deze grijze februaridag in alle eenvoud zulke schoonheid tentoonspreidde; het had zoiets dappers. Dat was het moment dat ik al mijn verzet voelde wegvloeien, mijn middelvinger kuste en een boterham met tevredenheid nam. Hoera! ♥

DSC01197

De weg kwijt

 

Wij, Man en ik, maakten vorige week een wandeling en volgden de ‘paarse’ route Wildenberg in het Reestdal. Voor de zekerheid had ik de route ook uitgeprint en Man had zijn GPS bij zich. Dat lijkt misschien een beetje overdreven voor een wandeling van amper 7 km, maar gezien het ontbreken van iedere vorm van richtinggevoel bij ons beide, met vele dwalingen tot gevolg, was dit echt geen overbodige luxe.

De eerste kilometers ging alles goed en we durfden al voorzichtig te geloven dat we deze route probleemloos uit zouden lopen. Helaas. Voorbij het Spookmeer (dat zijn naam dankt aan de ‘witte wieven’ die er regelmatig rondspoken) raakten wij het paarse spoor volledig bijster. De routekaart, noch de GPS bood soelaas; wij waren wederom verdwaald en hadden geen idee welke kant we op moesten.

 

Dom of gevaarlijk?

Gelukkig bleek de redding nabij in de vorm van een aardige mevrouw, die het gebied naar eigen zeggen op haar duimpje kende en ons na een korte aarzeling wel wilde helpen. Enigszins behoedzaam boog ze zich over onze wandelkaart en wist zich feilloos te oriënteren. Ze kon ook precies aanwijzen waar wij verkeerd gelopen waren.  Man en ik keken elkaar besmuikt aan, terwijl de aardige mevrouw uitlegde hoe we terug moesten lopen. En het lag echt niet aan haar, maar we begrepen er geen snars van. Vertwijfeld peilde de aardige mevrouw ons, alsof ze probeerde in te schatten of we nu echt zo dom waren, of dat we gevaarlijk waren en iets kwaads in de zin hadden. Ze koos, terecht, voor de eerste optie, maar bleef op haar hoede toen ze aanbood een stuk met ons mee te lopen, omdat ze toch die kant op moest.

Wegwijzer

Wat schichtig liep ze voorop, alsof ze ieder moment verwachtte een klap op haar hoofd te zullen krijgen. Toen we het punt bereikten waar Man en ik de paarse route konden vervolgen, las ik een pure opluchting in haar ogen, waarschijnlijk omdat er niets vreselijks gebeurd was. Dit is natuurlijk speculatie van mijn kant, maar wie wel eens naar Opsporing Verzocht heeft gekeken, weet hoe sommige mensen misbruik maken van de kwetsbare positie van andere mensen. Gelukkig gunde de aardige mevrouw ons het voordeel van de twijfel, maar ik kan me haar aarzeling heel goed voorstellen. Zelf durf ik niet eens alleen in het bos te lopen, wat eigenlijk heel jammer is.

 

Lieve aardige mevrouw, mocht u dit toevallig ooit lezen: het geeft mij moed en vertrouwen dat u zich niet door uw angst, maar door uw behulpzaamheid heeft laten leiden. Hartelijk dank nogmaals. U bent een ware wegwijzer. ♥

Het kind in mij

 

 

Diep van binnen schuilt een kind in mij. Meestal merk ik daar niets van, maar af en toe roert ze zich. Dan wil ze aandacht, weet ik inmiddels. Het is een lief meisje, gevoelig en een beetje verlegen. Ze wil het graag iedereen naar de zin maken, vooral degenen van wie ze houdt. Soms begrijpen mensen haar niet en denken dat ze boos is, terwijl ze gewoon heel diep nadenkt over de dingen. Dan is ze stil en voelt ze zich alleen.

Vroeger vond ik het vervelend als ik merkte dat het meisje zich eenzaam voelde. Ik vond het ongemakkelijk en sloot haar buiten. Dan dacht ik, kom op kind, zeur niet zo en ga wat leuks doen. Tot ik erachter kwam dat ik mezelf daarmee te kort deed, omdat er altijd iets bleef knagen. Het kind in mij had troost nodig, die alleen ik haar kon geven.

Tegenwoordig neem ik haar op schoot en fluister lieve dingen in haar oor. Ik vertel haar dat ze goed is zoals ze is en dat ik van haar hou. Zo blijven we dan zitten, tot ze zich ontspant. We zijn innig met elkaar verbonden, die kleine meid en ik. Boosheid, angst, verdriet, onzekerheid, het mag er allemaal zijn in deze vriendschap voor het leven. ♥

f1f67dc437e803d60278eea5cd0ec429

Met deze tekst doe ik mee met #8 schrijfuitdaging van Schaap Schrijft https://schaapschrijft.wordpress.com/2019/01/05/8-schrijfuitdaging/

Dag Oud, Hallo Nieuw!

 

 

Vandaag nemen we na 365 dagen afscheid van onze dierbare vriend Oud. En zoals altijd, doet ook dit afscheid een beetje pijn. Oud is goed voor ons geweest, hij vergezelde ons dagelijks en toonde de mooie en minder aangename kanten van het leven. Oud liet ons huilen en lachen. Zo leefden we mee met de Groningers in het aardbevingsgebied, hoorden we vol afgrijzen over het ongeluk met de Stint en keken misprijzend naar de gewelddadige acties van de gele hesjes in Frankrijk. Daarnaast konden we meegenieten van het sprookjeshuwelijk van Harry en Meghan, probeerden we een genuanceerd standpunt te bepalen over het beleid in de Oostvaardersplassen en bewonderden we de zwemprestaties van Maarten van der Wijden. Maar het meest besproken onderwerp van Oud was toch wel het weer.

Lekker weertje?

Oud begon onstuimig met een westerstorm op 3 januari. Daarna werd het koud. Zo koud dat we begin maart konden schaatsen op de Amsterdamse grachten. Na een zeer zacht voorjaar, volgde de  hete, droge zomer waar geen eind aan leek te komen, waardoor we eind oktober nog naar het strand konden. Ook november was extreem warm. Voor veel mensen een bron van plezier, voor anderen een reden tot zorg. Met overstromingen, tsunami’s, modderstromen, bosbranden, en een stijgende zeespiegel als gevolg, staat het veranderende klimaat eindelijk wat hoger op de politieke agenda.

 

In die eindeloze zomer werd ons kleinkind geboren: een stoer ventje van ruim 9 pond.  Privé gezien was dat een van de hoogtepunten van Oud. Voor die gelegenheid waren we in de zomervakantie dichtbij huis gebleven. Wekenlang vierden we vakantie in onze caravan die op een mooi plekje aan de Belterwijde stond. En wat een mooi, waterrijk gebied is dat, de Weerribben in de kop van Overijssel. Heerlijk om te zwemmen of te varen en met die tropische temperaturen waande je je in het buitenland. Fijne mensen ontmoet ook.

Vriendschap sluiten met Nieuw

Ja, Oud is goed geweest voor ons en daar ben ik dankbaar voor. Nu staan we op het punt om Nieuw te ontmoeten en dat is best spannend. Wat heeft Nieuw voor ons in petto en zal hij net zo’n goede vriend als Oud worden? Waar hopen we op, waar dromen we van? Gezondheid en liefde, natuurlijk. Innerlijke rust en aanwezig zijn in het moment. Nieuw aanvaarden zoals hij is, met al zijn gezichten, dat is steeds weer de uitdaging.

photo-1442499470257-b9d4da617f83

Vannacht om twaalf uur kus ik Oud vaarwel en begroet ik Nieuw aarzelend, een beetje onwennig nog, maar met vertrouwen in een nieuwe vriendschap. We hebben 365 dagen de tijd om elkaar te leren kennen, lief en leed te delen. Ik heb er zin in. ♥

Met deze tekst doe ik mee met de schrijfuitdaging van Schaap Schrijft:

#7 Schrijfuitdaging – Schaap Schrijft

Decemberblues

 

Mijn moeder overleed bijna eenendertig jaar gelden op tweede kerstdag aan de gevolgen van darmkanker. Ze was pas vijfenveertig jaar. Pakjesavond hebben we dat jaar nog met haar en de hele familie kunnen vieren, een dierbare herinnering, maar met kerst was het op en kon ze echt niet meer verder. Alle vrolijke lichtjes ten spijt, het waren diep donkere dagen, die voor altijd een stempel zouden drukken op mijn beleving van de decembermaand.

 

Sombere gevoelens

De eerste jaren daarna voelde ik me ronduit depressief in december. Ik miste mijn moeder alsof er een lichaamsdeel geamputeerd was. Zij die altijd zo van alle feestelijkheden in de laatste maand van het jaar had genoten, was er niet meer. Hoe kon ik dan plezier hebben in de gekkigheid van het sinterklaasfeest, de pakjes, de surprises, de gedichten? Hoe kon ik me overgeven aan het licht van kerstmis? Het dennengroen, de versieringen, de kaarsen, de nachtmis; ik vond alles even misplaatst en droomde niet meer van een white Christmas. Van jingling bells werd ik al helemaal niet vrolijk.

 

Het ging wat beter toen ik zelf kinderen kreeg. Door hun ogen zag ik opnieuw de magie van het sinterklaas- en kerstfeest. Ik sloeg weer aan het rijmen, knutselen en versieren en ook de kerstboom deed opnieuw zijn intrede. Maar het gemis bleef en altijd was er die onderstroom van verdriet, waardoor ik in december meer tranen vergoot dan in de rest van het jaar bij elkaar.

Koningin Wilhelminabos

Op een gegeven moment realiseerde ik me dat ik behalve mijn moeder, ook een gedenkplek miste. Er is namelijk geen graf, want ze is gecremeerd en haar as werd verstrooid . Er was dus nergens een tastbaar monument van haar bestaan,  een plek waar haar naam geschreven stond. Toen ik een jaar of tien geleden hoorde over het Koningin Wilhelminabos, heb ik dan ook geen moment geaarzeld en me aangemeld. Op deze gedenkplek in Dronten staan glaspanelen met namen van aan kanker overleden dierbaren. Namen die de herinnering levend houden.

Gemis integreren

Mijn moeders naam staat daar inmiddels ook tussen. Uit respect en omdat ze het verdiend heeft. En wat ben ik blij dat ik dat gedaan heb. Het geeft mij rust om een paar keer per jaar in het bos te wandelen tussen de bomen die ter nagedachtenis aan dierbaren geplant zijn. In december steek ik een kaarsje aan bij het monument en sta even stil bij de vrouw die mijn moeder was. Voor mij is dat een goede manier om het gemis te integreren in alles wat kerst nog meer is: een tijd van bezinning, warmte, licht en gezelligheid.

Ik weet dat er heel veel mensen zijn die het moeilijk hebben tijdens de feestdagen, omdat ze een geliefde moeten missen, omdat ze eenzaam zijn. Ik voel me verbonden met hen. Feelings come and go. Straks ga ik lichtjes ophangen en de kerstboom versieren. ♥

 

NB: KWF Kankerbestrijding heeft een mooie actie. Door een lampion te doneren kan op 28 december a.s. bij paleis Soestdijk een hart van duizenden ballonnen verlicht worden. Elke lampion brandt voor een dierbare. De financiële opbrengst is bestemd voor kankeronderzoek.

Vijftigplus: het echte feest is nu

 

Het leven dat ik nu leid, past zo goed bij mij dat ik  me soms wel eens afvraag of ik van binnen altijd een vijftigplusser geweest ben. Klinkt dat raar? Vaker hoor ik namelijk het omgekeerde: dat iemand zich nog heel jong voelt, terwijl een blik in de spiegel iets anders toont. Hoe dan ook, ik geniet met volle teugen van de relatieve rust en het lagere tempo. Ik doe vooral wat ik leuk vind: lezen, studeren, wandelen, zwemmen, koekjes bakken, kamperen, kokkerellen, fröbelen, schrijven. Nou vond ik deze activiteiten als kind en jong volwassene ook al fijn, maar ten eerste had ik er minder tijd voor en ten tweede vond ik ze niet bepaald sexy. Terwijl ik dat wel wilde zijn: sexy en slim. Dus deed ik allerlei dingen om maar aan die zelfopgelegde norm te voldoen.

 

Om slank te blijven volgde ik bijvoorbeeld het brooddieet, wat inhield dat je de ene dag gewoon mocht eten wat je wilde en de volgende dag alleen maar brood, zonder beleg. Het zou verboden moeten zijn. Om er trendy uit te zien perste ik mijn lijf in te strakke spijkerbroeken en mijn voeten in te hoge pumps met spitse neuzen. Wat een hel. Om een imago van flitsende carrièrevrouw te creëren volgde ik een marketingopleiding. Tja, als ik érgens niet geschikt voor ben.. Maar mijn grootste misser was wel dat ik dacht dat ik mijn motorrijbewijs wilde halen. Doodsangsten heb ik uitgestaan. Na vijf lessen hield ik het voor gezien. Met pijn in mijn hart, dat wel, omdat ik het ideale plaatje van snelle meid op motor op moest geven.

 

Echt, ik ben blij dat ik geen achttien meer ben, of vierendertig, of tweeënveertig. Lekker zonder gêne naar programma’s van omroep Max kijken, nordic walken in Duitsland, kerstkaarten borduren of een ritje op de elektrische fiets maken. En lezen, heel veel lezen.  Sexy? Nee. Mezelf zijn? Ja! Het mooie is dat het ook niet meer uitmaakt wat anderen daar eventueel van vinden. Dat is nog zo’n heerlijke verworvenheid van ouder worden: je trekt je veel minder aan van wat ze van je vinden. Dan maar een suffe muts. En wat voelt dat goed! Leven in het hier en nu was nog nooit zo makkelijk. Heimwee naar vroeger heb ik niet. En wil ik me toch eens onderdompelen in nostalgische sferen, dan bezoek ik bijvoorbeeld De Oude Winkel in Hoogeveen. Daar heeft Ruud Kleter een fantastische collectie oude blikken, vitrines, reclameborden, speelgoed en nog veel meer verzameld. Maak maar eens de virtuele tour op zijn website www.deoudewinkel.nl.

 

Voor wie wel moeite heeft met het nemen van afscheid van het verleden sluit ik af met het rake gedicht van Marjoleine de Vos.

ELK PARADIJS is al voorbij, precies daarom
zijn wij er zo gelukkig in geweest. Maar
’t echte feest is altijd nu, als je kersverse
woorden vindt die steeds voor ’t eerst
je openen voor dit moment waarin
de tijd zich toont, bewoond door alles
wat niet blijven kan. Dat is de kracht ervan.