Tagarchief: boeddhistisch verhaal

Verraad

 

Een jaar of tien geleden voorspelde een helderziende mij dat ik verraden zou worden door iemand die ik als vriend beschouwde. Ik hechtte er toen weinig waarde aan en deed er een beetje lacherig over. Ik kon me helemaal niet voorstellen wie zoiets zou doen. Een erg grote vriendenkring had ik sowieso niet en de mensen die ik daartoe rekende, vertrouwde ik blindelings. Totdat… Ja, totdat het onvoorstelbare gebeurde. Het ging ongeveer zoals verteld in onderstaand boeddhistisch verhaal.

 

Een parabel

Aap en Krokodil ontmoetten elkaar aan de oever van de rivier en werden beste vrienden. Ze trokken veel samen op en vertrouwden elkaar. Helaas was het vrouwtje van Krokodil erg jaloers en verzon een list. Ze deed of ze ziek was en zei tegen haar man dat het enige wat haar kon genezen het hart van een aap was. Krokodil stribbelde tegen: ‘vrouwtje lief, natuurlijk wil ik je graag helpen, maar ik kan onmogelijk aan het hart van een aap komen.’ Zijn vrouwtje huilde dikke krokodillentranen en wees naar Aap, die vrolijk op de kant stond te springen. Krokodil wist zich geen raad met dit dilemma, maar besloot toch dat hij zijn vrouwtje niet kwijt wilde. Hij nodigde Aap bij hen thuis uit en nam hem mee op zijn rug voor de tocht over de rivier. Onderweg biechtte hij op dat zijn motieven niet zuiver waren en dat hij het hart van zijn vriend nodig had om zijn vrouwtje te redden. ‘Nee toch,’ schrok Aap ‘wat vervelend nou dat ik mijn hart thuis heb laten liggen. Laten we terug gaan om het op te halen.’ Krokodil keerde om en toen ze vlak bij de kant waren sprong Aap van zijn rug en vluchtte het bos in. Het verraad door Krokodil betekende het einde van hun vriendschap. Tussen Krokodil en zijn vrouwtje kwam het ook niet meer goed.

Judaskus

In de bijbel werd Jezus verraden door Judas, wat leidde tot Jezus’ terdoodveroordeling en kruisiging. Het begrip ‘judaskus’ hangt hiermee samen. Wie een judaskus geeft, doet net of hij het beste voor de ander wil, maar steekt hem in werkelijkheid een mes in de rug. Boeddhisten zien Jezus als een grote bodhisattva. Een bodhisattva is iemand die zijn of haar eigen verlichting uitstelt om anderen te helpen. Daarmee is de geboorte van Jezus ook voor boeddhisten een betekenisvolle gebeurtenis in de geschiedenis.

photo-1451245718442-c46c5cd6a154

Groeipijn

Mij doet het verraad door degene die ik beschouwde als mijn beste vriend nog steeds pijn. Ik weet dat het voor je eigen gemoedsrust belangrijk is dat je iemand vergeeft, die jou heeft gekwetst. En hoewel het altruïsme van Jezus en andere bodhisattva’s inspirerend voor mij is, ben ik nog lang niet zover. Ik hoop dat de pijn die ik voel, groeipijn is, die uiteindelijk zal leiden tot vrede in mijn hart. Merry Christmas! ♥

De zeven hoofdzonden – 2. Avaratia (hebzucht)

 

 

Kon ik maar zeggen dat ik me niet bezondig aan hebzucht, de tweede van de zeven hoofdzonden. Helaas. Wie in mijn huis en kasten kijkt, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat er sprake is van overvloed, overschot zelfs. Terwijl ik echt mijn best doe om te consuminderen en ontspullen. Tegenwoordig vraag ik mezelf voor een aankoop eerst af of ik er gelukkiger van word (nodig heb ik meestal sowieso niet). Negen van de tien keer leg ik het begeerde artikel dan terug op de plank. In de Happinez las ik dat de gemiddelde Nederlander 46 kledingstukken per jaar koopt en er 40 wegdoet. Ha mooi, denk ik dan, daar kom ik lang niet aan. Zo sus ik mijn geweten, maar het blijven doekjes voor het bloeden, want feit is dat ik te vaak een paar mooie schoenen, een stel fleurige kussens of kekke mokjes niet kan laten staan in de winkel.

 

Monkey trap

‘Wie een kameel heeft, heeft een probleem zo groot als een kameel.’ Dit oosterse gezegde wijst ons erop dat bezit ook een last is. In het christendom is hebzucht (avaratia) de tweede van de zeven hoofdzonden, in het boeddhisme wordt hebzucht gekenmerkt als één van de drie vergiften en is daarmee een bron voor het lijden.

Een verhaal dat hierop aansluit is dat over de apenval. In India vangen dorpelingen apen met een uitgeholde kalebas of kokosnoot die vastgeketend is. In de kokosnoot verbergen ze een stukje fruit of wat noten. Met zijn gestrekte pootje kan een aap precies door een opening in de kokosnoot om de lekkernij te pakken. Maar met de buit in handen lukt het niet om zijn vuistje terug te trekken. Nu zit hij gevangen door zijn begeerte. Het enige wat hij hoeft te doen om zijn vrijheid terug te krijgen, is loslaten. Helaas is zijn verlangen naar bezit en genot groter dan dit besef. De dorpelingen krijgen hem te pakken, gevangenschap is zijn lot.

Vrij zijn

Dit verhaal illustreert hoe verlangen, begeerte en hebzucht je in hun greep kunnen houden. Wanneer je leven beheerst wordt door geld, aanbid je als het ware Mammon, de bij avaratia behorende demon. Wie vrij wil zijn moet leren onthechten. Niet alleen van materieel bezit, maar ook en juist van het ego. Loskomen van je verlangen naar bevestiging en goedkeuring. Afstand nemen van status en aannames over wie en wat je bent. Wat dan overblijft is zuiver Zijn.

 

Om mezelf daarin te blijven oefenen heb ik in huis post-its opgeplakt met de tekst: oordeelvrij aanwezig zijn in de open, onbegrensde ruimte die getuige is van alles wat zich in die ruimte afspeelt: gedachten, gevoelens, waarnemingen.

En dat is moeilijk! Ik krijg er soms het apezuur van. Dan loop ik weer in de val en grijp toch die banaan.

Worstel jij soms ook zo met je ego?

 

 

Overgevoelig

‘Wat reageer je toch altijd overgevoelig’, zei een vriend tegen mij en daarmee raakte hij me vol in mijn maag. Een vuistslag had niet harder aan kunnen komen. Vervolgens deed ik er van alles aan om hem te overtuigen van zijn ongelijk. Hoezo overgevoelig, het wás toch onredelijk en onterecht wat die collega gezegd had tijdens de vergadering. En het was toch niet meer dan logisch om daar verontwaardigd op te reageren? En hoezo reageerde ik áltijd overgevoelig. Probeerde ik niet juist altijd om open te staan voor kritiek en een probleem van meerdere kanten te bekijken? Vriend keek me begripvol aan: ‘Mijn opmerking heeft je gekwetst. Sorry.’ Meteen voelde ik al mijn weerstand wegvloeien en kreeg ik het heldere inzicht dat hij dubbel gelijk had: mijn ego was gekwetst én daar had ik overgevoelig op gereageerd.

Kwetsbaar voor kritiek

De meeste mensen hebben een zorgvuldig opgebouwd ego; het beeld dat ze van zichzelf hebben en dat niet overeen hoeft te komen met de werkelijkheid. Hoe meer je jezelf identificeert met dat (positieve) zelfbeeld, hoe kwetsbaarder je bent voor kritiek, die je dan als een aanval op jezelf beschouwt. Wanneer je in staat bent om je identificatie met je zelfbeeld op te geven, kun je je ego steeds realistischer waarnemen en zien dat je een mens met goede en slechte eigenschappen bent. Carl Jung spreekt in dit verband over een individuatieproces: het proces van zelfverwerkelijking dat leidt tot wijsheid en zelfkennis.

 

Boeddhistisch verhaal

Het verhaal over de boeddhistische monnik Hakuin helpt mij bij dit individuatieproces.

Een mooie, ongehuwde vrouw in het dorp bleek zwanger te zijn. Haar ouders vonden dit een vreselijke schande voor de familie en wilden weten wie de vader was. Uit schaamte en angst wilde de jonge vrouw het niet vertellen, maar onder druk wees zij naar de boeddhistische monnik Hakuin, de zenmeester die bekend stond om zijn zuivere manier van leven. Toen de woedende ouders Hakuin confronteerden met de beschuldiging van hun dochter, reageerde hij met de eenvoudige vraag: ‘Is dat zo?’

 Toen het kindje geboren was brachten de ouders de baby naar Hakuin, met de mededeling dat hij er verantwoordelijk voor was en dus voor hem moest zorgen. Opnieuw reageerde deze met de vraag: ‘Is dat zo?’, terwijl hij het jongetje van hen aannam. Plichtsgetrouw en liefdevol zorgde Hakuin de daarop volgende tijd voor het kind, totdat de jonge vrouw gewetenswroeging kreeg en vertelde dat een man uit het dorp de werkelijke vader was, die ze in bescherming had willen nemen.

 De berouwvolle ouders gingen opnieuw naar Hakuin, nu om het kind weer op te halen. Ze boden hun excuses aan en legden uit wat er gebeurd was. ‘Is dat zo?’, vroeg de monnik en gaf het jongetje zonder verder commentaar terug aan de grootouders.

Is dat zo?

Tegenwoordig probeer ik me kritiek of pijnlijke opmerkingen van anderen niet direct aan te trekken en stel ik eerst de vraag: ‘Is dat zo?’ Daarmee creëer ik ruimte voor onderzoek, zodat ik niet instinctief reageer en gelijk in de verdediging schiet. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want ik ben net als bijna iedereen gehecht aan mijn positieve zelfbeeld.

Mijn dochter komt de kamer binnen: ‘Mam, je appeltaart staat aan te branden!’

‘Is dat zo?’

‘Ja, dat is zo!’

De aangebrande lucht die uit de keuken walmt, levert het bewijs. Verdorie, daar gaat mijn poging om indruk te maken op mijn visite met zelfgebakken taart. Loopt mijn ego toch weer een deukje op.

photo-1513335629522-dc7db256fe6c