Tagarchief: ego

Uit je knop gaan

 

 

Afgelopen weekend zag ik de indrukwekkende one-woman-show Minis Plus van zangeres/actrice en powervrouw Hadewych Minis in het theater. Zij is vernoemd naar de dertiende-eeuwse dichteres en mystica Hadewijch, wiens naam ik me nog herinner van de lessen literatuurgeschiedenis op de middelbare school. Hadewych betekent strijdster en je vraagt je soms af of mensen gaan leven naar de naam die ze bij hun geboorte krijgen (het mooiste voorbeeld daarvan vind ik nog altijd Hennie de Haan, die voorzitter is van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders, maar dit terzijde).

 

Orewoet

De middeleeuwse Hadewijch deed haar naam in elk geval eer aan. Zij was een vrijgevochten en onafhankelijke vrouw, die haar keuzes maakte zonder zich iets van anderen aan te trekken. Zeg maar de Pippi Langkous van de dertiende eeuw. Behalve poëzie over (onvervulde) liefde, schreef ze teksten over je innerlijke kracht behouden bij tegenslag. Als mystica had zij een hartstochtelijk verlangen om samen te smelten met Christus en dan vooral in de lichamelijke betekenis. Die innerlijke drang noemde zij orewoet en was haar belangrijkste drijfveer. Daar waar de rede en de minne (liefde) bij elkaar komen, begon voor haar de mystieke ervaring.

Alle dinghe sijn mi te inghe, ic ben soo wijt (alle dingen zijn me te nauw, ik ben zo wijd).

Hadewijch verwijst hiermee naar het overstijgen van je zelf, van je ego. Om je eigen ruime geest te ontdekken, moet je alle belemmerende gedachten loslaten.

 

 

Dit thema loopt ook als een rode draad door Hadewych Minis’ theatervoorstelling, waarin ze zingt en danst en met humor en relativeringsvermogen vertelt over haar ontdekkingsreis door het leven. Over hoe ze alles wat ze is – zangeres, danseres, actrice, strijdster, moeder, minnares, buurvrouw, vriendin – samen moet laten vallen, binnen de beperking van één lijf en één leven. Orewoet. De vurige drang om uit je schulp te kruipen, uit je cocon te barsten. Stoer, strijdbaar, sensueel en met een kwetsbare kant. Haar optreden is een ode aan Hadewijch, een statement over zichzelf, maar is vooral een oproep aan alle vrouwen; om te doen wat je leuk vindt en waar je voor staat, zonder je af te laten leiden door allerlei egodingetjes.

Ego

Zou ik niet altijd geen angst meer willen voelen
gewoon overal inspringen en het juiste bedoelen
niet watertrappelen maar kopje onder gaan
duiken naar beneden en op de bodem staan
met aan mijn zijde ook mijn ego

Doe dingen voor jezelf, zet je ego opzij
als je doet waar je goed in bent, ben je dan vrij

Maar hoe moeilijk is dat
want ik wil dat iedereen me goed vindt
Had ik maar schijt aan de meerderheid
aan de mensen met een mening
want dan is er weer een ego

https://nl-nl.facebook.com/hadewychminis/videos/379141699322997/

Een bloem in een veldboeket

Natuurlijk kunnen we niet allemaal stralen op een podium. De meesten van ons zouden dat niet eens willen. Maar een beetje meer de diva in onszelf naar boven halen, mag best. Wat is groter, je angst om te bloeien of je angst om altijd een knop te blijven? Bloom on! Misschien ben je geen uitbundige pioenroos, maar een korenbloem is ook prachtig. Iedereen houdt toch van veldboeketten? ♥

 

Worstel jij soms ook zo met je ego?

 

 

Overgevoelig

‘Wat reageer je toch altijd overgevoelig’, zei een vriend tegen mij en daarmee raakte hij me vol in mijn maag. Een vuistslag had niet harder aan kunnen komen. Vervolgens deed ik er van alles aan om hem te overtuigen van zijn ongelijk. Hoezo overgevoelig, het wás toch onredelijk en onterecht wat die collega gezegd had tijdens de vergadering. En het was toch niet meer dan logisch om daar verontwaardigd op te reageren? En hoezo reageerde ik áltijd overgevoelig. Probeerde ik niet juist altijd om open te staan voor kritiek en een probleem van meerdere kanten te bekijken? Vriend keek me begripvol aan: ‘Mijn opmerking heeft je gekwetst. Sorry.’ Meteen voelde ik al mijn weerstand wegvloeien en kreeg ik het heldere inzicht dat hij dubbel gelijk had: mijn ego was gekwetst én daar had ik overgevoelig op gereageerd.

Kwetsbaar voor kritiek

De meeste mensen hebben een zorgvuldig opgebouwd ego; het beeld dat ze van zichzelf hebben en dat niet overeen hoeft te komen met de werkelijkheid. Hoe meer je jezelf identificeert met dat (positieve) zelfbeeld, hoe kwetsbaarder je bent voor kritiek, die je dan als een aanval op jezelf beschouwt. Wanneer je in staat bent om je identificatie met je zelfbeeld op te geven, kun je je ego steeds realistischer waarnemen en zien dat je een mens met goede en slechte eigenschappen bent. Carl Jung spreekt in dit verband over een individuatieproces: het proces van zelfverwerkelijking dat leidt tot wijsheid en zelfkennis.

 

Boeddhistisch verhaal

Het verhaal over de boeddhistische monnik Hakuin helpt mij bij dit individuatieproces.

Een mooie, ongehuwde vrouw in het dorp bleek zwanger te zijn. Haar ouders vonden dit een vreselijke schande voor de familie en wilden weten wie de vader was. Uit schaamte en angst wilde de jonge vrouw het niet vertellen, maar onder druk wees zij naar de boeddhistische monnik Hakuin, de zenmeester die bekend stond om zijn zuivere manier van leven. Toen de woedende ouders Hakuin confronteerden met de beschuldiging van hun dochter, reageerde hij met de eenvoudige vraag: ‘Is dat zo?’

 Toen het kindje geboren was brachten de ouders de baby naar Hakuin, met de mededeling dat hij er verantwoordelijk voor was en dus voor hem moest zorgen. Opnieuw reageerde deze met de vraag: ‘Is dat zo?’, terwijl hij het jongetje van hen aannam. Plichtsgetrouw en liefdevol zorgde Hakuin de daarop volgende tijd voor het kind, totdat de jonge vrouw gewetenswroeging kreeg en vertelde dat een man uit het dorp de werkelijke vader was, die ze in bescherming had willen nemen.

 De berouwvolle ouders gingen opnieuw naar Hakuin, nu om het kind weer op te halen. Ze boden hun excuses aan en legden uit wat er gebeurd was. ‘Is dat zo?’, vroeg de monnik en gaf het jongetje zonder verder commentaar terug aan de grootouders.

Is dat zo?

Tegenwoordig probeer ik me kritiek of pijnlijke opmerkingen van anderen niet direct aan te trekken en stel ik eerst de vraag: ‘Is dat zo?’ Daarmee creëer ik ruimte voor onderzoek, zodat ik niet instinctief reageer en gelijk in de verdediging schiet. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want ik ben net als bijna iedereen gehecht aan mijn positieve zelfbeeld.

Mijn dochter komt de kamer binnen: ‘Mam, je appeltaart staat aan te branden!’

‘Is dat zo?’

‘Ja, dat is zo!’

De aangebrande lucht die uit de keuken walmt, levert het bewijs. Verdorie, daar gaat mijn poging om indruk te maken op mijn visite met zelfgebakken taart. Loopt mijn ego toch weer een deukje op.

photo-1513335629522-dc7db256fe6c